Cyberweerbaarheid in de wasserij: van bijzaak naar bestuursprioriteit
Digitale veiligheid is allang niet meer alleen een zaak van de IT-afdeling. Wie vandaag de dag leidinggeeft aan een wasserijbedrijf, draagt ook verantwoordelijkheid voor de cyberweerbaarheid van de hele organisatie. Dat blijkt eens te meer uit de recente handreiking ‘Cybersecurity voor Bestuurders en Bedrijfseigenaren’, opgesteld door de Cyber Security Raad in samenwerking met onder meer MKB-Nederland, VNO-NCW en brancheorganisaties als FME en NLdigital.
De handreiking biedt bestuurders en ondernemers houvast bij het beschermen van hun organisatie tegen digitale dreigingen. Of een wasserij nu onder de Europese NIS2- of DORA-wetgeving valt of niet, doet er eigenlijk niet toe: de digitale dreiging is reëel, en cybercriminelen maken geen onderscheid in sector of schaalgrootte.
Cyberincident raakt direct het hart van de operatie
De impact van een cyberaanval is voor wasserijen aanzienlijk. Stilvallende productielijnen, onbereikbare planningssystemen, gegevensverlies of datalekken kunnen in korte tijd de continuïteit van het bedrijf bedreigen. Zeker in een tijd waarin machines, logistiek en klantcommunicatie grotendeels digitaal worden aangestuurd.
De handreiking onderstreept dat cybersecurity geen technisch onderwerp is, maar een strategisch vraagstuk. Bestuurders moeten zicht hebben op hun digitale kwetsbaarheden, weten welke leveranciers cruciaal zijn en afspraken maken over wie wat doet als het misgaat. Goed werkende back-ups, segmentatie van netwerken en twee-factor-authenticatie zijn geen luxe, maar basale voorwaarden voor digitaal verantwoord ondernemen.
Bestuurder aan zet
Wat vraagt dit concreet van een leidinggevende in de textielverzorging? Allereerst bewustwording. Stel de vraag: hoe afhankelijk is het bedrijf van ICT, en hoe zou het functioneren zonder? Zijn er scenario’s uitgewerkt voor als systemen uitvallen? Weten medewerkers wat te doen bij een aanval?
De handreiking bevat praktische vragen die bestuurders helpen hun risico’s in kaart te brengen. Daarnaast wordt het belang van governance benadrukt: wie is verantwoordelijk voor cybersecurity binnen de organisatie, en hoe wordt daarover gerapporteerd? Voor kleinere bedrijven kan dat betekenen dat één persoon meerdere petten op heeft, maar ook dan is structuur essentieel.
Toegenomen dreiging rond NAVO-top
De timing van de publicatie is niet toevallig. Rondom de NAVO-top die 24 en 25 juni in Den Haag plaatsvindt, is het dreigingsbeeld verscherpt. Overheidsdiensten waarschuwen voor digitale aanvallen als onderdeel van bredere geopolitieke spanningen. Hoewel wasserijen misschien geen direct doelwit zijn, kunnen ze indirect toch geraakt worden—bijvoorbeeld als leverancier in een keten of als toegangspoort voor aanvallers die zich richten op grotere partijen.
Juist daarom is het belangrijk dat bedrijven nu maatregelen nemen. Denk aan het regelmatig testen van back-upprocedures, het screenen van leveranciers op digitale veiligheid en het trainen van personeel in het herkennen van phishingpogingen.
Ondersteuning voor het mkb
Voor ondernemers in het mkb is er praktische ondersteuning beschikbaar. Zo biedt het platform Samen Digitaal Veilig (ontwikkeld door MKB-Nederland) eenvoudige tools en trainingen. Ook de Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid is een handig startpunt om het cyberrisico van de onderneming te bepalen.
De handreiking is daarmee geen doel op zich, maar een uitnodiging aan bestuurders in de wasserijsector om digitaal leiderschap te tonen. Juist nu. Want wie op tijd investeert in digitale weerbaarheid, voorkomt niet alleen schade, maar bouwt aan vertrouwen bij klanten, partners en medewerkers.
De handreiking ‘Cybersecurity voor Bestuurders en Bedrijfseigenaren’ is als bijlage toegevoegd.

Nieuwe regels voor PFAS-gebruik. Wat moet je als stomerij of wasserij weten?
Sinds november 2024 zijn de regels voor het gebruik van PFAS-houdende middelen in Nederland aangescherpt. Omdat recent vragen zijn binnengekomen bij het secretariaat over het gebruik van PFAS is onderstaande ledeninformatie samengesteld.
Alle PFAS-houdende middelen zijn afgelopen november geclassificeerd als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Stomerijen en wasserijen die impregneermiddelen gebruiken bij het finishen van textiel met PFAS moeten het gebruik melden, vermijden en verminderen. Maar er zijn uitzonderingen.
PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) zijn chemische stoffen die water-, vuil- en vetafstotend werken. Daarnaast beschermen ze tegen oliën en oplosmiddelen. Ze worden onder meer gebruikt in beschermende kleding, brandweerpakken, regenkleding en outdoorartikelen. Door hun hardnekkigheid in het milieu en mogelijke schadelijke effecten op gezondheid en natuur wordt PFAS steeds verder aan banden gelegd.
Wat is concreet veranderd?
Gebruik je een impregneermiddel met PFAS? Dan gelden de volgende wettelijke verplichtingen:
- Meldplicht bij het bevoegd gezag
Je bent verplicht om te melden dat je werkt met PFAS-houdende middelen. Dit doe je bij het bevoegd gezag (gemeente of provincie), conform artikel 5.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De melding verloopt via het Omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/aanvragen). De milieudienst of omgevingsdienst van de gemeente waarin je gevestigd bent kan je hierbij ondersteunen. Raadpleeg ook het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO): https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/ - Minimaliseren en verminderen van emissies
Je bent verplicht om het vrijkomen van PFAS in lucht en water zoveel mogelijk te voorkomen. Als dat niet mogelijk is, moet je het gebruik en de uitstoot zoveel mogelijk beperken. De verplichting tot minimaliseren is overigens niet nieuw. Dit volgt al uit de specifieke zorgplicht van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en geldt voor alle stoffen (dus ZZS én niet-ZZS). Kijk ook op: https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/minimalisatieplicht-zeer-zorgwekkende-stoffen-bal/ Nieuw is dat de emissies gerapporteerd moeten worden (als je meldingsplichtig bent) en dat een Vermijdings- en Reductieprogramma opgesteld moet worden. - Opstellen Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP)
Valt je bedrijf onder paragraaf 5.4.3 van het Bal, dan moet je bovendien elke vijf jaar een plan opstellen waarin staat hoe je PFAS-gebruik en -uitstoot gaat vermijden en reduceren. Dit geldt dus óók voor wasserijen en stomerijen die werken met impregneermiddelen die PFAS bevatten. Dit plan moet elke vijf jaar worden geactualiseerd. Uitleg over de inhoud van zo’n programma vind je via het IPLO: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/vermijdings-reductieprogramma-zzs/regels-vermijdings-reductieprogramma-zzs/
Via onderstaande links is meer informatie te vinden:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pfas/regels-voor-pfas
https://iplo.nl/nieuws/2024/alle-pfas-geclassificeerd-zeer-zorgwekkende-stof/
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-10-26/#Hoofdstuk5_Afdeling5.4_Paragraaf5.4.3
Mag PFAS dan nog wel gebruikt worden?
In principe moet PFAS-gebruik vermeden worden, maar er is tot 2037 een uitzondering voor kledingstukken die aan bepaalde Europese veiligheidsnormen moeten voldoen: werkkleding die onder PBM-klasse III valt en die moet voldoen aan EN13034 (chemische bescherming) of EN11612 E (bescherming tegen hitte en vlammen, voor met name subtest E: weerstand tegen vloeibare chemicaliën). Alleen als er nog geen PFAS-vrij alternatief is dat aan deze norm voldoet, mag PFAS (tijdelijk) nog worden toegepast. Voor toepassingen zonder normverplichting bestaan inmiddels goede PFAS-vrije alternatieven.
Wat kun je als bedrijf doen?
- Breng in kaart welke producten je gebruikt die PFAS bevatten.
- Bespreek met je leverancier of er PFAS-vrije alternatieven beschikbaar zijn.
- Stel samen met je milieuadviseur een Vermijdings- en Reductieprogramma op.
- Meld je PFAS-gebruik tijdig bij het bevoegd gezag.

De nieuwe verordening verpakkingen en verpakkingsafval PPWR
Er is een nieuwe Europese verordening over verpakkingen en verpakkingsafval, die kortweg PPWR wordt genoemd. Deze zal op 12 augustus 2026 in alle EU-lidstaten van toepassing zijn. Directe impact op de sector is beperkt, maar meer regels volgen en eventuele hogere kosten zullen in de prijzen verwerkt worden.
De PPWR hangt samen met de UPV-verpakkingen (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid).
- In de PPWR worden doelen en eisen gesteld aan verpakkingen en verpakkingsafval.
- In de UPV is geregeld dat producenten organisatorisch en financieel verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van verpakkingen.
De hoeveelheid verpakkingsafval neemt toe. In 2022 werd per Europese inwoner een halve kilo verpakkingsafval per dag geproduceerd.
Het doel van de PPWR is om dit terug te dringen, met -5% in 2030 tot -15% in 2040, t.o.v. 2018.
De PPWR geldt voor alle fabrikanten van verpakkingen, producenten die producten in verpakkingen op de markt brengen, importeurs, distributeurs, afvalverwerkers en dienstverleners, en is van toepassing op alle verpakkingen.
Om de hoeveelheid verpakkingsafval terug te dringen zijn er regels opgesteld. Dit betreft onder andere:
- Verpakkingen moeten op een economisch haalbare manier recyclebaar zijn. Verpakkingen die voor minder dan 70% recyclebaar zijn worden vanaf 2030 verboden.
- Er moet meer gerecycled materiaal in plastic verpakkingen gebruikt worden, afhankelijk van de soort verpakking: 10-35%.
- Goed recyclebare verpakking zal een lagere afvalheffing krijgen dan slecht recyclebare.
- Zowel gewicht als volume van verpakkingen moet worden teruggedrongen. De “loze ruimte” mag maximaal 50% zijn.
- Hergebruik moet in 2030 10-40% bedragen, afhankelijk van het product.
- Klanten krijgen het recht om eigen verpakking (bak, schaal, kopje, glas et cetera) te gebruiken bij afhaalmaaltijden en take-away dranken (koffie, frisdrank en dergelijke).
- Meerdere eenmalige plastic verpakkingen zullen per 2030 verboden worden. Te denken aan sommige dubbele verpakkingen (plastic folie om six-pack), plastic om groente/fruit (komkommer in plastic), eenmalige kopjes, bakjes, cupjes, zakjes in de horeca en dunne plastic draagtassen.
De PPWR is niet rechtstreeks van toepassing op wasserijen en stomerijen. Maar er zijn wel meerdere producten in gebruik die vallen onder deze regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan diverse soorten plastic verpakking, hoezen en hangertjes.
Wat de uiteindelijke impact precies zal zijn, kan nu nog niet worden aangegeven. Er zijn namelijk nog tientallen regels, normen en eisen in ontwikkeling die meer details zullen bevatten.
Wel is zeker dat voor iedere verpakking ter discussie staat of deze wel echt nodig is, of het minder kan en of hergebruik mogelijk is. Als “drukmiddel” zal in eerste instantie de prijs gebruikt worden, maar uiteindelijk kan er ook een verbod komen.

Nieuwe EU-richtlijn stedelijk afvalwater: strengere eisen, nieuwe verantwoordelijkheden
Sinds 1 januari 2025 is de herziene Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater (UWWTD) van kracht. Deze verordening brengt ingrijpende veranderingen met zich mee voor de manier waarop huishoudelijk en industrieel afvalwater binnen de EU wordt behandeld.
Doelstellingen: schoner water en klimaatneutraliteit
De aangepaste UWWTD richt zich op vier hoofddoelen:
- Verbetering van de waterkwaliteit in het milieu;
- Vermindering van ongezuiverde lozingen;
- Realisatie van klimaatneutrale waterzuivering in 2045;
- Een extra zuiveringsstap voor microverontreinigingen, betaald door producenten van farmaceutische en cosmetische producten.
Deze doelen zijn niet alleen ambitieus, maar vereisen ook een structurele aanpassing van bestaande infrastructuur en verantwoordelijkheden binnen lidstaten.
Wat is stedelijk afvalwater?
De richtlijn is van toepassing op stedelijk afvalwater. Dit wordt omschreven als huishoudelijk afvalwater, al dan niet vermengd met bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De wijze waarop deze stromen worden verzameld en behandeld, verschilt per land. In Nederland zijn gemeenten verantwoordelijk voor inzameling en transport, terwijl waterschappen de zuivering verzorgen.
Microverontreinigingen, fosfaat en stikstof aanpakken
Hoewel bestaande zuiveringsinstallaties al veel verontreinigingen verwijderen, blijven stoffen als medicijnresten, fosfaten en stikstof vaak achter. De nieuwe richtlijn vereist dat ook deze microverontreinigingen verdergaand worden verwijderd. Hiervoor wordt een zogenoemde ‘vierde zuiveringsstap’ ingevoerd, die bijdraagt aan een schonere lozing op oppervlaktewater.
Aansluitplicht: meer huishoudens en bedrijven op het riool
Een belangrijke wijziging is de verlaging van de ondergrens voor rioolaansluiting. In 2035 moeten alle agglomeraties met meer dan 1.000 inwonerequivalenten (i.e.) aangesloten zijn op een rioolstelsel. Voorheen lag deze drempel bij 2.000 i.e. Hiermee wil de EU het lozen van ongezuiverd afvalwater verder terugdringen.
Energieverbruik: afvalwaterzuivering moet energieneutraal worden
Om bij te dragen aan de Europese Green Deal, moet de zuivering van afvalwater uiterlijk in 2045 energieneutraal zijn. Tot maximaal 35% van de benodigde energie mag worden ingekocht als duurzame energie. De resterende energie zal dus lokaal en hernieuwbaar moeten worden opgewekt. Dit is extra uitdagend omdat de zuiveringsprocessen zwaarder worden door de extra eisen aan waterkwaliteit.
Kostenverdeling: producent betaalt voor vervuiling
De invoering van de vierde zuiveringsstap brengt hogere kosten met zich mee. Een belangrijk uitgangspunt van de richtlijn is dat de veroorzaker betaalt. Daarom worden de kosten voor deze stap voor minstens 80% neergelegd bij de producenten van farmaceutische en cosmetische producten — de grootste bron van microverontreinigingen. Dit gebeurt via het systeem van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV).
Juridische verankering in Nederland
In Nederland wordt de nieuwe UWWTD verwerkt via bestaande wet- en regelgeving. De richtlijn is sinds 1 januari 2025 van kracht en moet op uiterlijk 31 juli 2027 omgezet zijn in nationale wetgeving in alle EU-lidstaten. De belangrijkste wettelijke kaders zijn de Omgevingswet en de daarbij horende AMvB’s, met name het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Impact op wasserijen en stomerijen
Ook voor wasserijen en stomerijen heeft de richtlijn gevolgen. Zij lozen hun afvalwater op het riool en vallen daarmee onder de reikwijdte van de UWWTD. Hoewel de richtlijn op dit moment geen extra verplichtingen oplegt aan deze sector, wordt wel verwacht dat de kosten voor afvalwaterverwerking – mede door de extra zuiveringsstappen – zullen stijgen.
