Bericht openen

FTN/NETEX Nieuwsbrief Prinsjesdag Peiling 2025 en verandering SBI-codes

Prinsjesdag Peiling 2025: signalen uit het bedrijfsleven

VNO-NCW en MKB-Nederland voeren ook dit jaar de Prinsjesdag Peiling uit, een brede enquête onder ondernemers. De resultaten worden voorafgaand aan Prinsjesdag gedeeld met politiek en media, en vormen input voor de verkiezingscampagnes en kabinetsformatie.

Thema’s en sectorale relevantie
De peiling brengt verwachtingen, knelpunten en beleidsprioriteiten in kaart. Ondernemers kunnen aangeven welke onderwerpen dringend aandacht verdienen. Voor de textielverzorging spelen onder meer PFAS-regelgeving, de Europese verpakkingsverordening (PPWR) en de richtlijn stedelijk afvalwater een rol. Dergelijke dossiers vergen meer aandacht in Den Haag.

Deelname
Een breed gedragen ondernemersperspectief is cruciaal om beleid beter te laten aansluiten op de praktijk. Om die reden worden de leden van FTN en NETEX opgeroepen deel te nemen aan de peiling.

De enquête staat open tot en met 25 augustus 2025 via het ondernemerspanel van MKB-Nederland: https://onderzoek.mkbondernemerspanel.nl/prinsjesdagpeiling2025.


Controleer uw SBI-code vóór september 2025: mogelijke wijzigingen Handelsregister

In september 2025 voert de Kamer van Koophandel (KvK) een grootschalige aanpassing door van de SBI-codes in het Handelsregister. Deze wijziging is van invloed op alle bedrijven en organisaties die bij de KVK staan ingeschreven.

Wat verandert er?
Van 5 tot en met 8 september 2025 vervangt de KvK verouderde SBI-codes door nieuwe, gebaseerd op een aangepaste Europese indeling. De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) geeft aan welke activiteiten een bedrijf of organisatie uitvoert. Omdat de economische werkelijkheid verandert, worden deze codes periodiek herzien.

Waarom is het belangrijk?
Uw SBI-code wordt gebruikt door onder andere:

  • de overheid (voor subsidies en regelingen);
  • pensioenfondsen (voor deelnameverplichtingen);
  • banken (voor kredietverlening);
  • verzekeraars (voor het bepalen van premies).

Een onjuiste of verouderde SBI-code kan dus directe gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering en financiële regelingen.

Wat kunt u doen?
Controleer via ‘Mijn KVK’ of uw activiteitenomschrijving nog actueel is. Log in met DigiD en werk de omschrijving bij indien nodig. U kunt zelf een voorstel doen voor een passende SBI-code. Op basis van de omschrijving wijst de KvK vervolgens de juiste nieuwe code toe. Let ook op wijzigingen in uw activiteiten (start, beëindiging of veranderde hoofdactiviteit): geef deze door via het wijzigingsformulier op de KVK-website.

Meer informatie

Bericht openen

FTN Nieuwsbrief 17 juli 2025

Nieuwe pensioenregeling MITT: voorbereiding cruciaal voor werkgevers

Op 1 april 2026 treedt de nieuwe pensioenregeling van pensioenfonds MITT in werking. De wijziging markeert een fundamentele overgang van het huidige collectieve pensioenstelsel naar een regeling waarin iedere werknemer een eigen pensioenvermogen opbouwt. In hun nieuwsbrief van juli licht MITT toe welke stappen werkgevers de komende maanden moeten zetten om deze transitie zorgvuldig te laten verlopen.

Vanaf de ingangsdatum worden de opgebouwde pensioenen van werknemers omgezet naar een individueel kapitaal. Dit pensioenvermogen groeit door maandelijkse premie-inleg en de opbrengsten uit beleggingen. Om het startkapitaal per werknemer correct te kunnen vaststellen, is het van belang dat werkgevers de personeelsgegevens volledig en actueel aanleveren. Daarnaast moet de premiebetaling tijdig en juist verlopen. MITT wijst werkgevers erop dat onvolledige of te late aanlevering kan leiden tot extra kosten, aangezien het fonds dan genoodzaakt is om correcties achteraf door te voeren.

Administratieve voorbereiding en toegang via eHerkenning
Voor werkgevers die verantwoordelijk zijn voor de pensioenadministratie is het daarom van belang om nu al de benodigde voorbereidingen te treffen. Op de website van MITT is praktische informatie te vinden over het op orde houden van de administratie. Ook het gebruik van eHerkenning speelt hierbij een centrale rol. Dit is de enige toegangsoptie tot het digitale werkgeversportaal ‘Mijn Pensioenadministratie’. MITT raadt werkgevers aan na te gaan of zijzelf, een medewerker of een extern administratiekantoor over de juiste inlogmiddelen beschikt. Een stappenplan is beschikbaar om de toegang goed te regelen.

Naast administratieve aandachtspunten geeft MITT een toelichting op de beleggingsstrategie van het fonds in relatie tot de economische ontwikkelingen. De recente schommelingen op de financiële markten, mede veroorzaakt door internationale economische onrust, hebben invloed op het fondsvermogen. Toch benadrukt het fonds dat de brede spreiding over onder meer aandelen, vastgoed, infrastructuur en obligaties zorgt voor stabiliteit op de lange termijn. Fluctuaties in de actuele dekkingsgraad zijn daarmee volgens MITT verklaarbaar, maar geen reden tot zorg.

Ondersteuning bij communicatie naar werknemers
MITT biedt ook inhoudelijke ondersteuning aan werkgevers die vragen van werknemers verwachten over de nieuwe regeling. Er is een overzicht beschikbaar van elementen die wijzigen en onderdelen die gelijk blijven. Werkgevers kunnen daarmee beter inschatten welke vragen zij zelf kunnen beantwoorden en wanneer doorverwijzing naar het fonds wenselijk is. Op 17 juli verschijnt bovendien de digitale editie van MITTZomer, het pensioenmagazine voor werknemers. Daarin worden onder meer de overgang naar de nieuwe regeling, de invloed van economische ontwikkelingen en de generatiepactregeling toegelicht.

Tijdig handelen voorkomt problemen
Werkgevers doen er verstandig aan om zich tijdig te verdiepen in de nieuwe regeling en de administratieve randvoorwaarden. MITT biedt de nodige ondersteuning, maar verwacht ook actieve medewerking vanuit de sector. Alleen met actuele gegevens, correcte premieafdracht en een goed georganiseerde toegang tot het werkgeversportaal kan de overgang per april 2026 zorgvuldig worden uitgevoerd.


Netcongestie-update: flexibiliteit wordt structureel

De nieuwste update van het TKT-rapport “Netcongestie en energiehubs” (9 juli 2025) bevestigt wat al langer in de lucht hing: flexibiliteit is niet langer een tijdelijke noodoplossing, maar een fundamenteel onderdeel van de toekomst van onze energievoorziening. Waar het stroomnet vooral tijdens piekmomenten overbelast is, zoeken overheden, netbeheerders en bedrijven naar manieren om verbruik en teruglevering te verschuiven naar tijdstippen waarop wél ruimte op het net beschikbaar is.

Van uitbreiding naar beter benutten
Uit het rapport blijkt dat flexibel elektraverbruik en decentrale netwerken niet meer worden gezien als tussenfase, maar als blijvende oplossing. Overheden en netbeheerders investeren volop in fysieke uitbreiding van het net, maar de groei van de vraag naar transportcapaciteit gaat nog altijd sneller dan deze uitbreidingen kunnen bijbenen

Nieuwe spelregels: van ‘first come, first serve’ naar maatschappelijke afweging
Traditioneel hanteerden netbeheerders het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” bij het toekennen van netcapaciteit. Dat principe wordt steeds meer losgelaten. In plaats daarvan wordt nu gekeken naar maatschappelijk belang: wie levert met zijn aansluiting de grootste bijdrage aan klimaatdoelen, energietransitie of economische vitaliteit? Die partij krijgt mogelijk eerder toegang tot het net dan een andere partij die ‘eerder’ was, maar minder impact heeft.

Daarnaast zijn inmiddels meerdere vormen van flexibele aansluitcontracten goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Er wordt gewerkt aan uitbreiding van dit contractenpakket. Ook wordt nagedacht over meer variabele aansluit- en transporttarieven, zodat er meer financiële prikkels ontstaan om netcapaciteit slim te gebruiken.

Financiële prikkels en stimuleringsregelingen
Sommige prikkels zijn al ingevoerd: er bestaan diverse subsidies voor energieopslag, slim laden en piekvermijding. Tegelijkertijd wordt onderzocht of vaste aansluitkosten deels kunnen worden vervangen door variabele tarieven. Dit zou bedrijven kunnen stimuleren om hun energievraag beter af te stemmen op de beschikbare netcapaciteit en daarmee kosten te besparen.

Kansen voor wasserijen
Voor FTN-leden kunnen flexibele contracten, energiehubs of slimme sturing interessant zijn. Grote bedrijven in congestiegebieden kunnen gebruik maken van de Flex-e subsidie voor advies of investering in flexibiliteitsmaatregelen.

Vooruitblik
Tijdafhankelijke tarieven voor zowel klein- als grootverbruikers zijn in voorbereiding. Hoewel invoering nog niet vaststaat, is het verstandig nu al na te denken over de eigen flexibiliteit in het stroomverbruik.

FTN volgt de ontwikkelingen op de voet en deelt via de algemene ledennieuwsbrief en het platform Milieu & Kwaliteit actuele kennis.

Het gehele rapport is op te vragen bij het secretariaat van FTN: ftn@brancheorganisatieftn.nl.


Nieuwe CERTEX-folder zet kwaliteitsborging in de spotlights

De Federatie Textielbeheer Nederland (FTN) heeft een vernieuwde folder uitgebracht over CERTEX – het branchespecifieke certificatiesysteem voor industriële wasserijen. Met een frisse vormgeving en vernieuwde tekst is deze folder een handig communicatiemiddel voor leden en relaties. De folder is beschikbaar op de websites van FTN en CERTEX en kan vrij worden gedeeld.

CERTEX in het kort
CERTEX staat voor CERtificering TEXtielverzorging en is hét keurmerk voor bedrijven die kwaliteit en hygiëne hoog in het vaandel hebben staan. Het systeem is eigendom van FTN en wordt in de praktijk uitgevoerd door TÜV Nederland, een geaccrediteerde certificatie-instelling. CERTEX is gebaseerd op ISO 9001:2015, maar biedt méér: het integreert aanvullende hygiënenormen (zoals NEN-EN 14065 RABC) en beoordeelt ook dienstverlening, logistiek en klantgerichtheid.

Voor wie en waarom?
CERTEX wordt breed toegepast in sectoren als gezondheidszorg en is ook toepasbaar in horeca en industrie. Het biedt niet alleen zekerheid over schone en hygiënisch verantwoorde was, maar borgt ook veilige processen, milieuvriendelijke werkwijzen en klantgerichte service. CERTEX onderscheidt zich door zijn branchespecifieke aanpak, waarbij de wasserij zelf geaudit wordt en er een toetsing plaatsvindt bij de klanten van de wasserij. .


Nieuwe cao voor Uitzendkrachten: wat betekent dit voor de textielverzorgingsbranche?

Per 1 januari 2026 treedt de nieuwe cao voor Uitzendkrachten in werking. Deze cao heeft verstrekkende gevolgen voor alle bedrijven in de textielverzorgingssector die gebruikmaken van uitzendkrachten. De nieuwe afspraken zijn het resultaat van wetgeving en beleid die inzet op meer gelijkwaardigheid tussen vaste en flexibele arbeid.

Van gelijk naar gelijkwaardig
Centraal in de nieuwe cao staat het principe van gelijkwaardige beloning. Uitzendkrachten hebben recht op een totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden dat qua waarde minimaal gelijk is aan dat van werknemers bij de inlener die hetzelfde of vergelijkbaar werk doen. Het gaat daarbij niet alleen om loon, maar bijvoorbeeld óók om toeslagen en vergoedingen, vakantie- en feestdagen, pensioenopbouw en overige arbeidsvoorwaarden uit cao’s of bedrijfsregelingen.

De vorm mag verschillen – de uitzendkracht hoeft bijvoorbeeld niet exact dezelfde reiskostenvergoeding te krijgen – maar de waarde onderaan de streep moet in balans zijn.

Wat betekent dit?
Vanaf 2026 bent u als opdrachtgever verplicht om volledige, juiste en actuele informatie over uw arbeidsvoorwaarden aan te leveren aan het uitzendbureau. Dit gebeurt via een standaard uitvraagformulier dat beschikbaar is via www.wijzerbelonen.nl. Zonder volledige informatie kan het uitzendbureau de juiste beloning niet bepalen – en dat brengt juridische risico’s met zich mee.

Minder flexibiliteit, meer zekerheid
Ook de rechtspositie van uitzendkrachten verandert. Zo wordt de maximale duur van fase B (tijdelijke contracten) verkort van drie naar twee jaar. Uitzendkrachten kunnen nog steeds flexibel worden ingezet, maar onder striktere voorwaarden. Uitzonderingen op loondoorbetaling en het oproepcontract blijven mogelijk, maar zijn aan regels gebonden.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat er meer administratieve lasten en minder contractuele flexibiliteit ontstaan. De inzet van uitzendkrachten vraagt daardoor om betere voorbereiding en structurele afstemming met het uitzendbureau.

Nieuwe pensioenregeling
Een ander belangrijk onderdeel is de introductie van een nieuwe pensioenregeling voor álle uitzendkrachten van 18 jaar en ouder. Deze vervangt de huidige basis- en plusregeling van StiPP. De premie wordt marktconform (23,4% totaal) en telt mee in de vergelijking van arbeidsvoorwaarden.

Heeft u als opdrachtgever een betere pensioenregeling dan de nieuwe uitzendregeling? Dan moet dit verschil worden gecompenseerd, bijvoorbeeld via een toeslag op het loon.

Tot slot
De nieuwe cao is een volgende stap in de hervorming van de arbeidsmarkt. Voor bedrijven in de textielverzorging betekent dit: meer helderheid voor flexwerkers, maar ook meer verplichtingen voor werkgevers. FTN volgt de ontwikkelingen op de voet en informeert de leden.

Meer informatie?
Kijk op www.wijzerbelonen.nl.


Platform Organisatie & Arbeid buigt zich over actuele arbeidsmarktthema’s

In het najaar organiseert het secretariaat van FTN een bijeenkomst voor het Platform Organisatie & Arbeid. Tijdens deze bijeenkomst gaan vertegenwoordigers van textielverzorgingsbedrijven en branchepartners in gesprek over actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de impact daarvan op de sector.

Uitzendcao, uitzendverbod en regionale werkcentra
Op de agenda staan onder andere:

  • de gevolgen van de cao voor Uitzendkrachten voor de textielverzorgingsbranche;
  • de verkenning door het ministerie van SZW van een mogelijk sectoraal uitzendverbod;
  • en de bredere hervorming van de arbeidsmarktstructuur.

Binnen dat laatste thema staat het streven centraal om in elke arbeidsmarktregio minimaal één fysiek werkcentrum in te richten. Dit centrum moet fungeren volgens het ‘no wrong door’-principe: werkgevers én werkzoekenden kunnen er terecht voor passende ondersteuning, ongeacht via welke partij ze binnenkomen. Dit is een initiatief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en sluit aan bij de ambitie om de dienstverlening aan werkenden en bedrijven eenvoudiger, toegankelijker en effectiever te maken.

Werken aan toekomstbestendige arbeidsverhoudingen
Met het platform wil FTN structureel inspelen op veranderingen in wet- en regelgeving die van invloed zijn op de inzet van personeel. Denk aan de inzet van flexibele contracten, werving van personeel via uitzendbureaus en de toenemende complexiteit van regionale samenwerking. Tijdens de bijeenkomst is volop ruimte voor uitwisseling van ervaringen, vragen en dilemma’s uit de praktijk.

Deelnemers aan het platform ontvangen een persoonlijke uitnodiging.

Interesse om bij het Platform Organisatie & Arbeid aan te sluiten? Stuur dan een e-mail naar het secretariaat van FTN via ftn@brancheorganisatieftn.nl.

 

Netcongestie update

TKT geeft in dit onderzoek een update van de meest recente ontwikkelingen rond netcongestie. De druk op het stroomnet neemt verder toe, terwijl uitbreiding van kabels, transformatorhuisjes en hoogspanningsstations veel tijd kost. Daardoor wordt steeds meer ingezet op het beter benutten van het bestaande net, onder meer via flexibel elektriciteitsverbruik, energiehubs, nieuwe contractvormen en financiële prikkels. Flexibiliteit wordt daarbij niet gezien als tijdelijke noodoplossing, maar als onderdeel van het toekomstige energiesysteem.

Voor wasserijen en stomerijen is dit relevant omdat uitbreiding, elektrificatie van warmtevoorziening en elektrisch vervoer kunnen leiden tot een grotere behoefte aan transportcapaciteit. Die capaciteit is niet altijd vanzelfsprekend beschikbaar. Bedrijven kunnen daarom te maken krijgen met wachtrijen, alternatieve contractvormen of de noodzaak om samen met andere bedrijven naar oplossingen te zoeken. In het volledige onderzoek leest u welke maatregelen, subsidies en flexibele oplossingen er zijn, en wat deze ontwikkelingen kunnen betekenen voor wasserijen en stomerijen.

FTN Nieuwsbrief 1 juli 2025

Cyberweerbaarheid in de wasserij: van bijzaak naar bestuursprioriteit

Digitale veiligheid is allang niet meer alleen een zaak van de IT-afdeling. Wie vandaag de dag leidinggeeft aan een wasserijbedrijf, draagt ook verantwoordelijkheid voor de cyberweerbaarheid van de hele organisatie. Dat blijkt eens te meer uit de recente handreiking ‘Cybersecurity voor Bestuurders en Bedrijfseigenaren’, opgesteld door de Cyber Security Raad in samenwerking met onder meer MKB-Nederland, VNO-NCW en brancheorganisaties als FME en NLdigital.

De handreiking biedt bestuurders en ondernemers houvast bij het beschermen van hun organisatie tegen digitale dreigingen. Of een wasserij nu onder de Europese NIS2- of DORA-wetgeving valt of niet, doet er eigenlijk niet toe: de digitale dreiging is reëel, en cybercriminelen maken geen onderscheid in sector of schaalgrootte.

Cyberincident raakt direct het hart van de operatie
De impact van een cyberaanval is voor wasserijen aanzienlijk. Stilvallende productielijnen, onbereikbare planningssystemen, gegevensverlies of datalekken kunnen in korte tijd de continuïteit van het bedrijf bedreigen. Zeker in een tijd waarin machines, logistiek en klantcommunicatie grotendeels digitaal worden aangestuurd.

De handreiking onderstreept dat cybersecurity geen technisch onderwerp is, maar een strategisch vraagstuk. Bestuurders moeten zicht hebben op hun digitale kwetsbaarheden, weten welke leveranciers cruciaal zijn en afspraken maken over wie wat doet als het misgaat. Goed werkende back-ups, segmentatie van netwerken en twee-factor-authenticatie zijn geen luxe, maar basale voorwaarden voor digitaal verantwoord ondernemen.

Bestuurder aan zet
Wat vraagt dit concreet van een leidinggevende in de textielverzorging? Allereerst bewustwording. Stel de vraag: hoe afhankelijk is het bedrijf van ICT, en hoe zou het functioneren zonder? Zijn er scenario’s uitgewerkt voor als systemen uitvallen? Weten medewerkers wat te doen bij een aanval?

De handreiking bevat praktische vragen die bestuurders helpen hun risico’s in kaart te brengen. Daarnaast wordt het belang van governance benadrukt: wie is verantwoordelijk voor cybersecurity binnen de organisatie, en hoe wordt daarover gerapporteerd? Voor kleinere bedrijven kan dat betekenen dat één persoon meerdere petten op heeft, maar ook dan is structuur essentieel.

Toegenomen dreiging rond NAVO-top
De timing van de publicatie is niet toevallig. Rondom de NAVO-top die 24 en 25 juni in Den Haag plaatsvindt, is het dreigingsbeeld verscherpt. Overheidsdiensten waarschuwen voor digitale aanvallen als onderdeel van bredere geopolitieke spanningen. Hoewel wasserijen misschien geen direct doelwit zijn, kunnen ze indirect toch geraakt worden—bijvoorbeeld als leverancier in een keten of als toegangspoort voor aanvallers die zich richten op grotere partijen.

Juist daarom is het belangrijk dat bedrijven nu maatregelen nemen. Denk aan het regelmatig testen van back-upprocedures, het screenen van leveranciers op digitale veiligheid en het trainen van personeel in het herkennen van phishingpogingen.

Ondersteuning voor het mkb
Voor ondernemers in het mkb is er praktische ondersteuning beschikbaar. Zo biedt het platform Samen Digitaal Veilig (ontwikkeld door MKB-Nederland) eenvoudige tools en trainingen. Ook de Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid is een handig startpunt om het cyberrisico van de onderneming te bepalen.

De handreiking is daarmee geen doel op zich, maar een uitnodiging aan bestuurders in de wasserijsector om digitaal leiderschap te tonen. Juist nu. Want wie op tijd investeert in digitale weerbaarheid, voorkomt niet alleen schade, maar bouwt aan vertrouwen bij klanten, partners en medewerkers.

De handreiking ‘Cybersecurity voor Bestuurders en Bedrijfseigenaren’ is als bijlage toegevoegd.


Nieuwe regels voor PFAS-gebruik. Wat moet je als stomerij of wasserij weten?

Sinds november 2024 zijn de regels voor het gebruik van PFAS-houdende middelen in Nederland aangescherpt. Omdat recent vragen zijn binnengekomen bij het secretariaat over het gebruik van PFAS is onderstaande ledeninformatie samengesteld.

Alle PFAS-houdende middelen zijn afgelopen november geclassificeerd als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Stomerijen en wasserijen die impregneermiddelen gebruiken bij het finishen van textiel met PFAS moeten het gebruik melden, vermijden en verminderen. Maar er zijn uitzonderingen.

PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) zijn chemische stoffen die water-, vuil- en vetafstotend werken. Daarnaast beschermen ze tegen oliën en oplosmiddelen. Ze worden onder meer gebruikt in beschermende kleding, brandweerpakken, regenkleding en outdoorartikelen. Door hun hardnekkigheid in het milieu en mogelijke schadelijke effecten op gezondheid en natuur wordt PFAS steeds verder aan banden gelegd.

Wat is concreet veranderd?
Gebruik je een impregneermiddel met PFAS? Dan gelden de volgende wettelijke verplichtingen:

  1. Meldplicht bij het bevoegd gezag
    Je bent verplicht om te melden dat je werkt met PFAS-houdende middelen. Dit doe je bij het bevoegd gezag (gemeente of provincie), conform artikel 5.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De melding verloopt via het Omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/aanvragen). De milieudienst of omgevingsdienst van de gemeente waarin je gevestigd bent kan je hierbij ondersteunen. Raadpleeg ook het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO): https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/
  2. Minimaliseren en verminderen van emissies
    Je bent verplicht om het vrijkomen van PFAS in lucht en water zoveel mogelijk te voorkomen. Als dat niet mogelijk is, moet je het gebruik en de uitstoot zoveel mogelijk beperken. De verplichting tot minimaliseren is overigens niet nieuw. Dit volgt al uit de specifieke zorgplicht van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en geldt voor alle stoffen (dus ZZS én niet-ZZS). Kijk ook op: https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/minimalisatieplicht-zeer-zorgwekkende-stoffen-bal/ Nieuw is dat de emissies gerapporteerd moeten worden (als je meldingsplichtig bent) en dat een Vermijdings- en Reductieprogramma opgesteld moet worden.
  3. Opstellen Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP)
    Valt je bedrijf onder paragraaf 5.4.3 van het Bal, dan moet je bovendien elke vijf jaar een plan opstellen waarin staat hoe je PFAS-gebruik en -uitstoot gaat vermijden en reduceren. Dit geldt dus óók voor wasserijen en stomerijen die werken met impregneermiddelen die PFAS bevatten. Dit plan moet elke vijf jaar worden geactualiseerd. Uitleg over de inhoud van zo’n programma vind je via het IPLO: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/vermijdings-reductieprogramma-zzs/regels-vermijdings-reductieprogramma-zzs/

Via onderstaande links is meer informatie te vinden:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pfas/regels-voor-pfas
https://iplo.nl/nieuws/2024/alle-pfas-geclassificeerd-zeer-zorgwekkende-stof/
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-10-26/#Hoofdstuk5_Afdeling5.4_Paragraaf5.4.3

Mag PFAS dan nog wel gebruikt worden?
In principe moet PFAS-gebruik vermeden worden, maar er is tot 2037 een uitzondering voor kledingstukken die aan bepaalde Europese veiligheidsnormen moeten voldoen: werkkleding die onder PBM-klasse III valt en die moet voldoen aan EN13034 (chemische bescherming) of EN11612 E (bescherming tegen hitte en vlammen, voor met name subtest E: weerstand tegen vloeibare chemicaliën). Alleen als er nog geen PFAS-vrij alternatief is dat aan deze norm voldoet, mag PFAS (tijdelijk) nog worden toegepast. Voor toepassingen zonder normverplichting bestaan inmiddels goede PFAS-vrije alternatieven.

Wat kun je als bedrijf doen?

  • Breng in kaart welke producten je gebruikt die PFAS bevatten.
  • Bespreek met je leverancier of er PFAS-vrije alternatieven beschikbaar zijn.
  • Stel samen met je milieuadviseur een Vermijdings- en Reductieprogramma op.
  • Meld je PFAS-gebruik tijdig bij het bevoegd gezag.

De nieuwe verordening verpakkingen en verpakkingsafval PPWR

Er is een nieuwe Europese verordening over verpakkingen en verpakkingsafval, die kortweg PPWR wordt genoemd. Deze zal op 12 augustus 2026 in alle EU-lidstaten van toepassing zijn. Directe impact op de sector is beperkt, maar meer regels volgen en eventuele hogere kosten zullen in de prijzen verwerkt worden.

De PPWR hangt samen met de UPV-verpakkingen (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid).

  • In de PPWR worden doelen en eisen gesteld aan verpakkingen en verpakkingsafval.
  • In de UPV is geregeld dat producenten organisatorisch en financieel verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van verpakkingen.

De hoeveelheid verpakkingsafval neemt toe. In 2022 werd per Europese inwoner een halve kilo verpakkingsafval per dag geproduceerd.

Het doel van de PPWR is om dit terug te dringen, met -5% in 2030 tot -15% in 2040, t.o.v. 2018.

De PPWR geldt voor alle fabrikanten van verpakkingen, producenten die producten in verpakkingen op de markt brengen, importeurs, distributeurs, afvalverwerkers en dienstverleners, en is van toepassing op alle verpakkingen.

Om de hoeveelheid verpakkingsafval terug te dringen zijn er regels opgesteld. Dit betreft onder andere:

  • Verpakkingen moeten op een economisch haalbare manier recyclebaar zijn. Verpakkingen die voor minder dan 70% recyclebaar zijn worden vanaf 2030 verboden.
  • Er moet meer gerecycled materiaal in plastic verpakkingen gebruikt worden, afhankelijk van de soort verpakking: 10-35%.
  • Goed recyclebare verpakking zal een lagere afvalheffing krijgen dan slecht recyclebare.
  • Zowel gewicht als volume van verpakkingen moet worden teruggedrongen. De “loze ruimte” mag maximaal 50% zijn.
  • Hergebruik moet in 2030 10-40% bedragen, afhankelijk van het product.
  • Klanten krijgen het recht om eigen verpakking (bak, schaal, kopje, glas et cetera) te gebruiken bij afhaalmaaltijden en take-away dranken (koffie, frisdrank en dergelijke).
  • Meerdere eenmalige plastic verpakkingen zullen per 2030 verboden worden. Te denken aan sommige dubbele verpakkingen (plastic folie om six-pack), plastic om groente/fruit (komkommer in plastic), eenmalige kopjes, bakjes, cupjes, zakjes in de horeca en dunne plastic draagtassen.

De PPWR is niet rechtstreeks van toepassing op wasserijen en stomerijen. Maar er zijn wel meerdere producten in gebruik die vallen onder deze regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan diverse soorten plastic verpakking, hoezen en hangertjes.

Wat de uiteindelijke impact precies zal zijn, kan nu nog niet worden aangegeven. Er zijn namelijk nog tientallen regels, normen en eisen in ontwikkeling die meer details zullen bevatten.

Wel is zeker dat voor iedere verpakking ter discussie staat of deze wel echt nodig is, of het minder kan en of hergebruik mogelijk is. Als “drukmiddel” zal in eerste instantie de prijs gebruikt worden, maar uiteindelijk kan er ook een verbod komen.


Nieuwe EU-richtlijn stedelijk afvalwater: strengere eisen, nieuwe verantwoordelijkheden

Sinds 1 januari 2025 is de herziene Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater (UWWTD) van kracht. Deze verordening brengt ingrijpende veranderingen met zich mee voor de manier waarop huishoudelijk en industrieel afvalwater binnen de EU wordt behandeld.

Doelstellingen: schoner water en klimaatneutraliteit
De aangepaste UWWTD richt zich op vier hoofddoelen:

  • Verbetering van de waterkwaliteit in het milieu;
  • Vermindering van ongezuiverde lozingen;
  • Realisatie van klimaatneutrale waterzuivering in 2045;
  • Een extra zuiveringsstap voor microverontreinigingen, betaald door producenten van farmaceutische en cosmetische producten.

Deze doelen zijn niet alleen ambitieus, maar vereisen ook een structurele aanpassing van bestaande infrastructuur en verantwoordelijkheden binnen lidstaten.

Wat is stedelijk afvalwater?
De richtlijn is van toepassing op stedelijk afvalwater. Dit wordt omschreven als huishoudelijk afvalwater, al dan niet vermengd met bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De wijze waarop deze stromen worden verzameld en behandeld, verschilt per land. In Nederland zijn gemeenten verantwoordelijk voor inzameling en transport, terwijl waterschappen de zuivering verzorgen.

Microverontreinigingen, fosfaat en stikstof aanpakken
Hoewel bestaande zuiveringsinstallaties al veel verontreinigingen verwijderen, blijven stoffen als medicijnresten, fosfaten en stikstof vaak achter. De nieuwe richtlijn vereist dat ook deze microverontreinigingen verdergaand worden verwijderd. Hiervoor wordt een zogenoemde ‘vierde zuiveringsstap’ ingevoerd, die bijdraagt aan een schonere lozing op oppervlaktewater.

Aansluitplicht: meer huishoudens en bedrijven op het riool
Een belangrijke wijziging is de verlaging van de ondergrens voor rioolaansluiting. In 2035 moeten alle agglomeraties met meer dan 1.000 inwonerequivalenten (i.e.) aangesloten zijn op een rioolstelsel. Voorheen lag deze drempel bij 2.000 i.e. Hiermee wil de EU het lozen van ongezuiverd afvalwater verder terugdringen.

Energieverbruik: afvalwaterzuivering moet energieneutraal worden
Om bij te dragen aan de Europese Green Deal, moet de zuivering van afvalwater uiterlijk in 2045 energieneutraal zijn. Tot maximaal 35% van de benodigde energie mag worden ingekocht als duurzame energie. De resterende energie zal dus lokaal en hernieuwbaar moeten worden opgewekt. Dit is extra uitdagend omdat de zuiveringsprocessen zwaarder worden door de extra eisen aan waterkwaliteit.

Kostenverdeling: producent betaalt voor vervuiling
De invoering van de vierde zuiveringsstap brengt hogere kosten met zich mee. Een belangrijk uitgangspunt van de richtlijn is dat de veroorzaker betaalt. Daarom worden de kosten voor deze stap voor minstens 80% neergelegd bij de producenten van farmaceutische en cosmetische producten — de grootste bron van microverontreinigingen. Dit gebeurt via het systeem van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV).

Juridische verankering in Nederland
In Nederland wordt de nieuwe UWWTD verwerkt via bestaande wet- en regelgeving. De richtlijn is sinds 1 januari 2025 van kracht en moet op uiterlijk 31 juli 2027 omgezet zijn in nationale wetgeving in alle EU-lidstaten. De belangrijkste wettelijke kaders zijn de Omgevingswet en de daarbij horende AMvB’s, met name het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Impact op wasserijen en stomerijen
Ook voor wasserijen en stomerijen heeft de richtlijn gevolgen. Zij lozen hun afvalwater op het riool en vallen daarmee onder de reikwijdte van de UWWTD. Hoewel de richtlijn op dit moment geen extra verplichtingen oplegt aan deze sector, wordt wel verwacht dat de kosten voor afvalwaterverwerking – mede door de extra zuiveringsstappen – zullen stijgen.

De nieuwe verordening verpakkingen en verpakkingsafval PPWR

De PPWR stelt nieuwe Europese eisen aan verpakkingen en verpakkingsafval en wordt vanaf 12 augustus 2026 rechtstreeks van toepassing in alle EU-lidstaten. De verordening moet de groeiende hoeveelheid verpakkingsafval terugdringen, onder meer door verpakkingen beter recyclebaar te maken, meer gerecycled materiaal te gebruiken, overbodige verpakkingen te beperken en hergebruik te stimuleren. Verpakkingen die vanaf 2030 voor minder dan 70% recyclebaar zijn, mogen niet meer op de markt worden gebracht.

De PPWR is niet rechtstreeks specifiek op wasserijen en stomerijen gericht, maar raakt wel producten die in de sector worden gebruikt, zoals plastic verpakkingen, kledinghoezen, folie en hangers. De precieze impact is nog niet volledig duidelijk, omdat veel aanvullende normen en regels nog worden uitgewerkt. Wel is duidelijk dat iedere verpakking kritischer bekeken zal moeten worden: is deze echt nodig, kan het minder en is hergebruik mogelijk? In het volledige onderzoek leest u welke eisen de PPWR stelt, welke verpakkingen relevant zijn voor de sector en waar bedrijven zich nu al op kunnen voorbereiden.

Duurzame distributie

TKT heeft onderzocht welke wet- en regelgeving, energiedragers en praktische keuzes relevant zijn voor de verduurzaming van distributie in wasserijen en stomerijen. De sector is al begonnen met initiatieven zoals elektrische voertuigen, biodiesel en LNG, maar het grootste deel van de distributie draait nog op diesel. Tegelijk stuurt overheidsbeleid steeds duidelijker op klimaatneutraal vervoer: zero-emissiezones, vrachtwagenheffing, strengere CO₂-normen en de ambitie dat nieuwe vrachtwagens vanaf 2040 volledig zero-emissie zijn, maken verduurzaming steeds urgenter.

Uit het onderzoek blijkt dat elektriciteit waarschijnlijk de dominante energiedrager wordt voor distributie, van vrachtfiets tot vrachtwagen. Waterstof lijkt voor deze sector voorlopig minder kansrijk door beperkte beschikbaarheid, hoge kosten en lagere efficiëntie. Biobrandstoffen, LNG en CNG kunnen tijdelijk een rol spelen, maar zijn geen structurele oplossing richting fossielvrij vervoer. De grootste uitdaging bij elektrisch vervoer ligt vooral bij laadinfrastructuur en netcongestie. In het volledige onderzoek leest u welke opties er zijn, wat de voor- en nadelen zijn en hoe bedrijven hun route naar duurzame distributie kunnen bepalen.

Berichten navigatie

1 2 3 4 5 6 7 8 9 91 92 93
Scroll naar boven